15 maart 2021

'Attasjes' klaren de attache met routine

Na het team voor de palen en draden arriveert uit Nederland een nieuw team voor de attache.

De 'attasjes' worden de teamleden ook wel genoemd op Bellevue, in een verwijzing naar de schortjes waarin ze de groene attache-draadjes meenemen de wijnvelden in.

Het kleine maar ervaren team hoeft de oude, alleen machinaal bijgesnoeide planten dit keer alleen op de stevigheid van de nog aanwezige attachedraadjes te controleren. De Chardonnay-planten, inclusief de nieuwe aanplant, zijn echter wél gewoon en grondig gesnoeid, dus bij hen volgt wél het secure werkje van het attacheren op dubbele, stugge baguette per plant. Hetzelfde geldt ook voor een flink perceel Merlot.

Het is heel mooi om te zien hoe de jonge aanplant zich voor het eerst om de ijzerdraad kronkelt en wikkelt en zich zo naar de attache voegt.

Geroutineerd

Ook deze werkzaamheden verlopen dankzij Liesbeth, Caroline en Marian voorspoedig en geroutineerd. We houden zelfs nog tijd over om met z'n allen de befaamde ‘seksdozen’ op te hangen. Doordat ze feromonen verspreiden, leiden deze bruin gekleurde capsules de schadelijke mannetjes- en vrouwtjesvlinders komende maanden om de tuin.

En dan vindt het team ook nog tijd om in de tuin te snoeien en de composthoop om te zetten!

Fijn allemaal weer, dank! Laat het voorjaar nu maar komen, Bellevue is er klaar voor.

08 maart 2021

Ook dit voorjaar werken met kleine 'Corona-teams'

Zoals we al een poosje zagen aankomen vanwege de aanhoudende corona-pandemie, is het ook dit voorjaar niet verantwoord om met de vertrouwde grote teams door de wijngaard te stuiven.

We kozen vorig najaar daarom al voor een minder grondige, machinale snoei, die we in december snel 'bijpuntten'.

Dat scheelt nu enorm veel ramasse- en attache-werk, want de oude baguettes zijn intact gebleven. De palen en draden – de hardware ofwel het korset waarop de druiven tijdens het groeiseizoen steunen – behoeven daarentegen wel de volle aandacht.

Houtrot

Het valt mee dit jaar. Er zijn minder ijzerdraden gebroken doordat er niet is gesnoeid. En ook met de palen hebben we mazzel. We tellen ‘slechts’ een stuk of zestig gebroken exemplaren.

Misschien werkt ook mee dat we intussen in de gaten hebben welke plekken de hevigste afwisseling tussen nat en droog kennen. Daar rotten de houten paaltjes het meest – net als bij de houtrot aan heipalen in steden op de veengrond in Nederland. Daarom vervangen we die door metalen exemplaren. Met de hulp van Herbert en Jan klaren we de klus binnen een week.