En dan is er toch weer de droogte die de oogst dit jaar bedreigt.
Na een natte winter en een koel voorjaar leek er lange tijd niets aan de hand in de streek, zeker niet op de hooggelegen heuvels van Bellevue. De nachtvorst die in april voor grote schade zorgde in de Bourgogne en in de Bordeaux, en ook in Languedoc verlies van jonge vruchtjes veroorzaakte, ging aan de deur van Malepère voorbij. Mei en juni brachten voldoende vocht, niet te veel (risico op de meeldauw-schimmel) en niet te weinig (droogte).
Volgens de boerenwijsheid van Arzens en omstreken valt er rond 14 juli een flinke onweersbui vallen, en zo niet dan toch uiterlijk 14 augustus, maar beide bleven dit jaar uit. Onze druiven konden lang interen op de vochtvoorraad in de bodem, maar nu zien we de eerste verschijnselen van droogtestress: krullende bruine bladeren en zachtjes krimpende druiven. Op zichzelf niet zo erg – ‘blad zat’ zou je kunnen zeggen - maar begin deze maand begonnen we ons toch zorgen te maken over de afrijping en de laatste procentjes suiker die nodig zijn voor fijne wijn.

In de Cot (Malbec) pakt de plensbui minder goed uit. Cot heeft een heel dun schilletje en na de buien staan de druiven op knappen. Trossen kunnen uit elkaar klappen alleen al door de trillingen van de oogstmachine. Zo erg wordt het niet, maar de allengs vervroegde oogstdatum resulteert wel in een nogal lage alcoholgraad. En anders dan bij de wit en rosé streven we bij onze rode wijn juist naar wat meer alcohol.
April was in Nederland én op Bellevue extreem warm en zonnig; in Frankrijk turfden de meteorologen de warmste maand april sinds 1900. Mede dankzij een volle week regen in maart (100 mm) zijn de druiven daardoor versneld uit hun winterslaap gekomen.




De akkers worden biologisch bebouwd, voor de wijngaard is dat vooralsnog niet mogelijk. We beperken milieu-onvriendelijke zaken wel tot een minimum. Kunstmest is taboe, en de gifspuit komt alleen uit de kast als het echt noodzakelijk is. Het wieden van onkruid en het verwijderen van ondergroei geschiedt vooral met de hand. We volgen de ontwikkeling van schadelijke insecten, vlindertjes en motjes via kastjes waarin papiertjes met lokstoffen zitten. Is in een bepaalde periode geen insektendruk, dan spuiten we niet. Deze zogeheten lutte raissonnee (geïntegreerde teelt) scheelt op de zeven tot tien spuitbeurten per jaar al gauw drie keer spuiten.
In de eerste week van mei heeft het inderdaad geregend. Onze handmatige spuitactie heeft bescherming geboden aan een fikse onweersbui.
